Café Herman, een prettige stad vol diversiteit

CH-Quadri-BaselineKleinMarrakech_NicolasDecroos_IMD_lresf logo

 

 

 

 

 

CAFE HERMAN VOOR EEN PRETTIGE STAD VOL DIVERSITEIT’(1)
NIEUW PARADIGMA VOOR DIENSTVERLENING AAN ONDERNEMERS UIT ETNISCH-CULTURELE MINDERHEDEN
ESF project 4184, Oproep 214, Transnationaliteit type 4. Looptijd 2013-14

SAMENVATTING
Etnische buurtwinkels en eethuisjes kleuren de stad. Maar ondernemende nieuwkomers participeren niet in beleidsprogramma’s om hun zaak te stabiliseren, hun integratie in het stedelijke economische weefsel verloopt moeizaam. Ondertussen zwelt de negatieve beeldvorming  over allochtone buurt- en nachtwinkels aan, en gaat veel commercieel talent verloren.
Het ESF-project ‘CAFE HERMAN’ test in centrumstad Mechelen een alternatieve benadering vanuit de assumptie “als je een kansengroep wil bereiken, ga er naar toe, en leer ze kennen”. Een dienstverlener van de stedelijke dienst voor Economie bezoekt de allochtone handelszaken, helpt waar kan en wordt aldus vertrouwenspersoon. De aanpak werkt! Dossiers worden geregulariseerd, winkels en snackbars nemen deel aan braderijen, de stad omarmt de nieuwkomers die het dienstenaanbod  verrijken. Hoe een eenvoudige vertrouwensrelatie kan leiden tot een prettige stad vol diversiteit!

 

DIVERSITEIT IN DIENSTVERLENING – DiD (2)

In pilootstad Mechelen zijn het vooral eerste generatiemigranten die buurtwinkels en snackbars starten en uitbaten. Maar begeleidingsprogramma’s voor allochtone starters trekken niet aan. Een veelvoud van organisaties is actief op het terrein, en hun aanbod is zo ruim dat het zelfs voor een autochtone ondernemer een kluwen is.  Bovendien is doorverwijzing er meer regel dan samenwerking. Ondernemende nieuwkomers die Mechelen zien als hun nieuwe thuisstad, plooien zich dan ook terug op de eigen diaspora. Zo richten allochtonen en nieuwkomers meer en sneller zaken op dan gemiddeld, maar het aantal bedrijfsbeëindigingen is ook groter dan gemiddeld. Bovendien groeien deze zaken nauwelijks.  Multiculturele buurt- en nachtwinkels hebben dan wel een laag economisch gewicht, maar inzake stemmingmakerij  wegen ze zwaar door. Iedereen heeft zowat een mening over migrantenwinkels in de binnenstad, en die is niet altijd positief.

Mechelen heeft nog andere zorgen. De stad deelt met Antwerpen  het trieste record van niet-actieve werkzoekende migranten, een groep nieuwe armen die marginaliseert. Anderzijds is de overlevingsgraad  van startende bedrijven en bedrijfjes er het laagst van alle Vlaamse centrumsteden. De verschillen tussen rijk en arm groeien, veel winkels sluiten.  De stedelijke dienst economie is dan ook  bereid om in een project te stappen met als doel migranten in de kleinhandel sociaal en economisch te activeren, met uitzicht op jobcreatie en groei.

Twee projectjaren zijn te kort om een weg uit te stippelen voor een transformatie van de publieke dienstverlening aan kansengroepen. Maar het CAFE HERMAN experiment biedt de lokale dienstverleners alvast een nieuw en toekomstgericht paradigma.

  • Eerste basisprincipe is wat academici het ‘Wij-bestuursmodel’ noemen (3). Nieuwe Belgen worden benaderd als partners, van mens tot mens, en niet als ‘klanten’ waarbij  het aantal ingekochte diensten en trajecten de norm is. Het ‘Wij-Bestuursmodel’ kiest voor ‘empowerment’. Men laat de begunstigde doelgroep de vrijheid om zelf te beslissen wat ze doen, met wie en hoe. En zorgt daarbij voor ondersteuning.
  • Het tweede uitgangspunt volgt de principes  van “all politics are local“(4).  Een sociale innovatie heeft enkel kans op welslagen als de doelgroep (dienstverleners en finale begunstigden)  zich aangesproken voelt op zijn dagelijkse bekommernissen. Wat je aanbrengt moet praktisch bruikbaar zijn, en effect sorteren.

Deze en andere  CAFÉ HERMAN leringen  worden vrij ter beschikking gesteld in een BUSINESS CASE met 3 instrumenten. Wij hopen dat ze inspiratie aanreiken en dat velen zich bij ons voegen op de ingeslagen weg:

  • Instrument 1, TEAM HERMAN beschrijft de weg naar een partnerschap waarbij de vertrouwensrelatie centraal staat.  Inspiratie komt van het onderzoeksproject naar sociaal ondernemerschap ‘Design Thinking’ van Stanford University(5). Voordeel van de weerhouden methodieken (‘In-context Immersie’ en ‘Biografisch Narratieve Intepretatie’ (6) is dat ze de relatie versterken, dat mensen meer voor andere zienswijzen openstaan en vertrouwen opbouwen. Aldus wordt de dienstverlener van langsom meer social entrepreneur.
  • Instrument 2, POWERED BY CAFE HERMAN is het terrein van de beleveniseconomie (7). Etnische ondernemers zijn vaak dragers van nieuwe ideeën, producten en diensten. Zij kunnen bijdragen aan het verbeteren van de leefbaarheid in aandachtswijken. En aan de diversiteit in het winkel- en restauratieaanbod, wat steden een aantrekkelijk vestigingsplaats maakt voor bedrijven en gezinnen. Tegelijk versterkt het zelfbeeld van de immigrant, dat zijn gedrag aanstuurt.
    Bevat een syllabus een voor workshop: ‘Unieke Klantenbelevingen Ontwerpen‘,  en een case study over het fotoproject ‘Putting Your Migrant roots on Display’ (te bewonderen op https://www.facebook.com/cafeherman).
  • Instrument 3, OBSERVATORIUM CAFE is een reflectie momentum, waar de transformatie plaats vindt. Een Lerend Netwerk van dienstverleners, beleidsverantwoordelijken en sympathisanten neemt het CAFE HERMAN-eigenaarschap over. Kernkwaliteiten van het Lerend Netwerk zijn Onderzoekend en Samenwerkend Leren (8)  Men bezint zich over nieuw te verwerven  (interculturele) competenties voor een meer humane dienstverlening, en voedt het beleid met aanbevelingen en lessen uit de praktijk.

De Business Case houdt rekening met BBC, de Beheers- en Beleidscyclus van de Vlaamse Overheid. Ook wordt terdege rekenschap gegeven van de  SROI, Social Return On Investment. Een nieuwe wind in de dienstverlening kan het beleid en de betrokken organisaties enkel overtuigen als het aangereikte bestuursmodel inclusief, werkbaar en effectief is.

CAFE HERMAN heeft ook een transnationale dimensie met partners in aandachtsgebieden in Polen en Zuid-Italië. waar de actieve bevolking uitwijkt naar rijkere regio’s in West-Europa. De paradox tussen de instroom van immigranten hier, en de leegloop in achtergestelde Europese regio’s, stimuleert het ‘out of the box’ denken.

Al onze ervaringen en het leerproces dat we doormaken zet de CAFE HERMAN-ploeg aan tot het schrijven van een ‘MANIFESTO voor een prettige stad vol diversiteit’, gebaseerd op vier principes: 1) zoom in op de wegbereiders; 2) zorg voor een open omgeving; 3) creer collectieve meerwaarde; 4) buitenwaarts gericht. U kan de volledige tekst van het MANIFESTO CAFE HERMAN hier nalezen.

De resultaten van CAFE HERMAN einde 2014 zijn overtuigend genoeg voor ESF Vlaanderen om ViaVia Tourism Academy en  partner, de dienst economie van de stad Mechelen te vereren met de titel ‘ESF AMBASSADEUR 2015’. Met de titel komen middelen om het nieuwe paradigma bijkomend te dissemineren.

Het ESF-project CAFE HERMAN sluit einde 2015 af, de uitdagingen blijven. Maatschappelijk gevoelige politici denken na over de rol van de multiculturele buurtwinkels in de stad, dienstverleners luisteren naar de wekroep die migranten en nieuwe Belgen lanceren vanuit een versterkt zelfbewustzijn.  ViaVia Tourism Academy, de trekker van het project, onderzoekt momenteel hoe het bestuursmodel en het Lerend Netwerk kunnen doorontwikkelen. Want ‘every beginning is only a sequel’.

De operationele ploeg van CAFE HERMAN:
VVTA: Dorien De Troy sinds 2014, Ine Van der Stock tot 2014, en Lutgart Dusar.
Stad Mechelen: Kristin Scharpé en Thomas Rottiers van respectievelijk de diensten sociale tewerkstelling en economie onder de vleugels van schepen Wim Jorissen en Katleen Den Roover.

andalousia_liesbethvanaerschot_IMD_lr  Malaga_DirkDeWever_lrKleinMarrakech_NicolasDecroos_IMD_lr

 

 

 

 

 

Bronnen

1) Baseline geïnspireerd door Jane JACOBS (1961), ‘The Death and Life of Great American Cities’, Random House NY. Een boek dat de herontdekking is voor de stadsinrichting van de 21ste eeuw. Op het moment dat onze steden gecompartimenteerd werden met gescheiden districten voor wonen, werken en winkelen, pleit Jane Jacobs voor een organische mengvorm van deze functies voor een inclusieve samenleving.

2) Naar analogie met Danny JACOBS (2005), ‘Strategie. Leve de diversiteit’. De Vlaamse hoogleraar Danny Jacobs is in Utrecht de decaan van de Leerstoel Creatieve Economie. Zijn boek is een pleidooi om uit een variëteit aan strategieën, diegenen te kiezen die in een gegeven situatie best werken. Prof. Jacobs benadrukt de waarde van ‘strategische intuïtie’  en ziet strategische variëteit niet als een zwakte maar als een rijke bron van inzichten en perspectiefverbreding. Hij waarschuwt ook dat een strategie ‘wordt’ door het opdoen van ervaringen, en dus een leerproces is met vallen en opstaan.

3)  In 2013 lanceerde de EU DG Onderzoek en Innovatie,  een ambitieuze reflectieronde voor de transformatie van de openbare dienstverlening: ‘A Vision for Public Services’. Het ‘wij-Bestuursmodel‘ wordt daarin geciteerd als een paradigma dat zeker aan belang gaat winnen. Ambtenaren en besturen steunen en promoten innovatieprogramma’s in de private sector maar bereiden zichzelf te weinig voor op de nieuwe uitdagingen (immigratie, vergrijzing, verlies van arbeidsplaatsen ..). Een cultuuromslag is nodig bij de openbare dienstverleners naar meer empowerment, entrepreneurship en risk taking,  innovatief gebruik van IT. Zin voor initiatief moet worden beloond, ook al is de uitkomst van een experiment nooit vooraf verzekerd.

4) ‘All politics are local is en gevleugelde politieke uitspraak. Het succes van het diversiteits- en integratiebeleid wordt niet gemaakt door de promotie van hogere morele waarden, maar door de bekwaamheid om lokaal oplossingen te vinden voor praktische, wereldse bekommernissen die de weg naar zelfontplooiing van kansengroepen blokkeren.

5) ‘Design Thinking’ werd ontwikkeld aan Stanford University en legt veel nadruk op het empathisch inleven met zijn doelgroep.  De toolkit ‘Human Centered Design‘  groeide uit deze school en wordt gratis ter beschikking gesteld van organisaties die een sociale innovatie voorstaan. De ploeg van CAFE HERMAN vindt er meteen de onderbouwde methodes in terug, die onze intuitieve en empatische benadering van de etnische kleinhandelaars onderbouwen. Met name ‘in-context immersie’ en ‘empathic design’. Deze toolkit wordt in Vlaanderen actief gepromoot door toonaangevende kanniscentra als FLANDERS DC en FLANDERS IN SHAPE.

6) LESTER Richard en PIORE Michael (2004), Innovation. The Missing Dimension’ , Harvard University Press. Twee vormen van stakeholderonderzoek zijn volgens Lester & Piore nodig om innovatieve oplossingen te ontwerpen voor complexe problemen zoals migratie, integratie en achterstelling. Eerst tastend naar betekenis zoeken (interpreteren) en pas daarna oplossingsgericht een weg uitzetten (analyseren). In de praktijk hebben wij het voortdurend over ‘stakeholdersanalyse’, de zoekende fase wordt geregeld overgeslagen – wellicht om snel aan de slag te gaan, zelfs als is nog niet helemaal duidelijk waaraan.

7) Beleveniseconomie, een inslaand concept gelanceerd door Joseph PINE II en James H. GILMORE (1999), “The Experience Economy: Work is Theatre and Every Business a Stage’.

8) ‘Onderzoekend en Samenwerkend Leren‘ is een mix van formeel en informeel leren om het kritische denken en probleemoplossend vermogen van de lerenden te ontwikkelen. Wat we ontwikkelen binnen ‘CAFE HERMAN’ leeft in de hoofden van vele dienstverleners. Een Lerend Netwerk is de geknipte formule voor een prettig en betekenisvol leerproces omdat theorie en praktijk zich situeren in een ‘real life‘ context.

 

banner_3